Lenigheid in het onderwijs

Alweer een nieuwe reorganisatie of verandering in werkwijze wordt aangekondigd en je ziet je collega’s elkaar oog rollend aankijken. Zelf slaak je een diepe zucht: “Daar gaan we weer!”  

De ene verandering is nog niet klaar of de volgende staat voor de deur: passend onderwijs, invoering van technologie, flexwet onderwijs, dossier lerarenregister, constante veranderingen in de regels voor leerlingvolgsystemen enz. enz. Ze volgen elkaar de afgelopen jaren in zo’n rap tempo op, dat je verander-moe bent geworden. Als je nét een nieuw systeem onder de knie hebt, moeten jullie met z’n allen weer over op een andere. Het kost allemaal heel veel extra energie en tijd. Tijd en energie die je eigenlijk niet hebt. Want je bent ondertussen ook nog gewoon je veeleisende werk aan het uitoefenen!

Onderwijs lijkt wel zo’n plek waar het allemaal moet gebeuren. Als er misstanden in de maatschappij geconstateerd worden zoals uitsluiting, obesitas of dyslexie, kijkt iedereen naar het onderwijs. Dáár hadden we onze kinderen ander gedrag moeten aanleren, dáár is het allemaal misgegaan. Er ligt een enorme druk op de docenten. In de klas zitten steeds meer kinderen met gedragsproblemen en veeleisende ouders vragen het onmogelijke van de docent. Er moet worden voorbereid, lesgegeven, getoetst en nagekeken. Het is hollen of stilstaan. In periodes van  8 à 10 weken is de druk hoog om in de vakantie weer helemaal weg te vallen. Er heerst collectieve stress die oploopt tegen vakantietijd. Het is niet zo gek dat uitputting op de loer ligt.  

Als je je staande wilt houden in al dat geweld zal je lenigheid in je werk moeten ontwikkelen.

Het is het principe van buigen of barsten. Met lenigheid in het werk heb je de mogelijkheid om op alle velden tegelijk en door elkaar te acteren en te presteren. Alsof je schaakt op 10 borden tegelijk. Je kan het ook zien als apenkooien in de gymzaal. Je springt, holt en klimt van het ene toestel in het andere. Op die manier houd je het gevoel van controle en invloed, waardoor je de veelheid aan eisen en verwachtingen blijvend kunt hanteren zonder dat je er energiek op leegloopt. Als je je het spel van hollen, vliegen, rennen en stilstaan eigen maakt, kun je er niet alleen plezier maar ook energie uit halen. En dat is mooi meegenomen als je in het onderwijs werkt.

Maar je kan pas lenig zijn als je een stevige basis hebt. Die stevige basis, oftewel het fundament, bestaat uit zelfwaardering en zelfafbakening. Vind je jezelf voldoende waard waardoor je niet gemakkelijk aan het wankelen wordt gebracht? Met andere woorden: Is de relatie tot jezelf op orde? Je bent immers je eigen gereedschap. Zoals een timmerman een hamer gebruikt, gebruik jij jezelf als instrument. Je moet dus goed voor jezelf zorgen. Wanneer je overwerkt bent , je hebt moeite met het houden van orde, of er zitten je persoonlijke zaken dwars, kun je nooit flexibel genoeg zijn. Als het gereedschap niet goed onderhouden is, hoe kan er dan kwaliteit geleverd worden? De invloed van een stevig fundament op de beroepsuitoefening krijgt tot nog toe onvoldoende aandacht in de lerarenopleidingen en op de werkvloer. Er wordt veel tijd en geld gestoken in themadagen, beleidsdagen en reorganisatiedagen, maar die vinden geen vruchtbare grond als de fundamenten van alle docenten op zich en van het team als geheel niet voldoende onderhouden zijn.

Iedereen weet dat, als je niet goed in je vel zit, er starheid optreedt: starheid in persoonlijk functioneren en starheid in onderlinge samenwerkingen. Je doet je werk, maar je kan het niet aan om iets extra’s te doen. Je leerlingen voelen dit feilloos aan. Ze maken hier gretig gebruik van en je werk wordt hierdoor weer zwaarder. Toch is dat inzicht nog niet voldoende doorgesijpeld naar organisaties zoals het onderwijs. Men richt zicht nog steeds makkelijker op inhoudelijke cursussen, dan op relatie-gerichte programma’s en zorg voor de individuele groei van de docent. Hierdoor blijft de vicieuze cirkel in stand van steeds weer nieuwe inhoudelijke oplossingen voor onderwijsvraagstukken introduceren en docenten die het steeds slechter trekken. Wanneer je echter lenige werknemers wenst in een lenige organisatie, kan een relatiegerichte aanpak de doorbraak in je organisatie kan betekenen.

Wie zich richt op relatie, krijgt vanzelf meer inhoud!

Klik hier voor het jaarprogramma voor het onderwijs 

Vaker interessante artikelen over relaties en loyaliteit ontvangen? Schrijf je nu in voor Mo-zine en ontvang gratis de 3 gouden relatieregels!

Top